Ga verder naar de inhoud

Hoe gebruik je het vlag­gen­sys­teem? Een praktisch stappenplan

Je merkt gedrag op dat niet helemaal goed voelt. Maar hoe reageer je gepast? Het vlaggensysteem helpt je stap voor stap om situaties correct in te schatten en actie te ondernemen.

Stap 1: Observeer de situatie

Start met het objectief beschrijven van wat je ziet of hoort:

  • Wat gebeurt er precies?
  • Wie is betrokken?
  • In welke context speelt het zich af?

Vermijd interpretaties en focus op feiten.

Stap 2: Analyseer aan de hand van de 6 criteria

Gebruik de zes criteria van het vlaggensysteem om het gedrag te beoordelen:

  1. Toestemming
  2. Vrijwilligheid 
  3. Gelijkwaardigheid 
  4. Ontwikkelings- en functioneringsniveau 
  5. Context
  6. Impact 

Deze criteria helpen je om nuance te brengen en niet te snel te oordelen.

Stap 3: Bepaal de juiste vlag

Koppel het gedrag aan een kleur:

  • 🟢 Groen → geen actie nodig
  • 🟡 Geel → bespreekbaar maken en bijsturen
  • 🟠 Oranje → duidelijk ingrijpen en begeleiden
  • 🔴 Rood → onmiddellijk actie ondernemen
Stap 4: Kies een gepaste reactie

Je reactie hangt af van de vlag:

  • Bij geel: geef feedback en maak grenzen duidelijk
  • Bij oranje: grijp in en zoek ondersteuning
  • Bij rood: volg de procedures binnen je organisatie

Zorg altijd voor een respectvolle en veilige aanpak.

Stap 5: Bespreek en evalueer

Blijf niet alleen met de situatie zitten:

  • bespreek met een vertrouwenspersoon of collega
  • evalueer hoe het aangepakt werd
  • leer uit de situatie

Dit sluit aan bij het belang van overleg en preventie binnen organisaties.

Foto waarbij iemand een rode cirkelt trekt met een stift rond een groene vlag.

Ga zelf aan de slag met het vlaggensysteem.