Opleiding
Onder welke voorwaarden kan je als werknemer opleidingen volgen tijdens de arbeidstijd? Binnen het PsC 303.01 zijn hierover duidelijke afspraken gemaakt.
Vormingsdagen
Opleidingsrecht (in ondernemingen met minder dan 20 werknemers)
In ondernemingen met minder dan 20 werknemers beschikt elke werknemer over een opleidingsrecht van gemiddeld 3 opleidingsdagen per jaar waarvan 1 op individuele basis ingevuld wordt.
Opleidingsrecht (in ondernemingen met minstens 20 werknemers)
De sociale partners zijn akkoord om een groeipad te voorzien voor het aantal dagen opleidingsrecht voor de ondernemingen met minstens 20 werknemers.
- Vanaf 1 januari 2024 beschikt elke werknemer over een individueel opleidingsrecht van 3 opleidingsdagen per jaar.
- Vanaf 1 januari 2026 beschikt elke werknemer over een individueel opleidingsrecht van 4 opleidingsdagen per jaar.
- Vanaf 1 januari 2028 beschikt elke werknemer over een individueel opleidingsrecht van 5 opleidingsdagen per jaar.
Opleidingsrecht
De werkgever deelt jaarlijks het opleidingskrediet mee aan elke werknemer, hetzij schriftelijk, hetzij op elektronische wijze.
Kortere vormingsinitiatieven die geen volledige dag duren, worden geteld in uren in plaats van dagen.
De niet-opgebruikte opleidingsdagen worden overgedragen naar het daaropvolgende jaar zonder dat dit het saldo in mindering brengt van het opleidingskrediet in dat volgende jaar. Op het einde van elke vijfjaarlijkse periode, waarvan de eerste aanvangt op 1 januari 2024, wordt het saldo van het beschikbare opleidingskrediet op nul gezet.
Berekening aantal opleidingsdagen
Indien een werknemer niet voltijds wordt tewerkgesteld en/of niet door een arbeidsovereenkomst is verbonden gedurende het hele kalenderjaar, wordt het aantal opleidingsdagen berekend pro rata.
De werkgever bepaalt het aantal opleidingsdagen op basis van volgende formule: A x B x C waar:
- A overeenkomt met het aantal toegekende opleidingsdagen voor een voltijdse werknemer in de onderneming.
- B overeenkomt met het arbeidsregime van de werknemer in verhouding tot een voltijdse arbeidsregime;
- C overeenkomt met het aantal maanden tewerkstelling in de onderneming gedeeld door twaalf.
Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledig gepresteerde maand.
Ontslag
Bij ontslag door de werkgever, heeft de werknemer recht op opname van opleidingskrediet.
Bij ontslag wegens dringende redenen, heeft de werknemer geen recht het opleidingskrediet op te nemen noch recht op uitbetaling ervan.
Soorten opleidingen
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen formele en informele opleidingen.
Ondersteuning en controle
mediarte zal de werkgevers de nodige ondersteuning bieden door o.a.
- ondernemingen te ondersteunen in het opstellen van een opleidingsplan
- het bekendmaken van premies voor vorming en ondernemingen te begeleiden in de aanvraag van de verschillende premies voor vorming
- het verzamelen en bekend maken van alle sectorspecifieke vormingen
- een vormingsaanbod te ontwikkelen op vraag en op maat van de sector.
Met de betrekking tot de opvolging van het engagement van de sociale partners kan door mediarte nadere uitvoerings- en controle modaliteiten worden voorzien.
Formele opleiding
Formele opleidingen zijn:
- cursussen of stages ontwikkeld door lesgevers of opleiders
- sterk georganiseerd
- gegeven buiten de werkplek
- gericht op een groep deelnemers
- vaak met een attest na afloop
Deze opleidingen kunnen georganiseerd worden door de werkgever of door een externe opleidingsinstelling.
Informele opleiding
Informele opleidingen:
- zijn rechtstreeks gelinkt aan het werk
- hebben een flexibele organisatie (tijd, plaats, inhoud)
- sluiten aan bij individuele leerbehoeften
- vinden plaats op de werkplek
Dit kan ook deelname aan conferenties of beurzen omvatten.
Verplichtingen voor ondernemingen
Jaarlijkse mededeling
Elke onderneming moet jaarlijks aan mediarte meedelen hoe ze de vormingsinspanningen zal uitvoeren.
Vormingsplan
- In ondernemingen met een ondernemingsraad wordt het plan daar voorgelegd
- Zo niet, gebeurt dit via de syndicale afvaardiging
Indien er geen vormingsplan wordt gedeeld, kan de werkgever geen ondersteuning krijgen voor competentieontwikkeling via mediarte.
Gesolidariseerde bijdrage
De sociale partners kiezen voor een financiering via een gesolidariseerde bijdrage aan het Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector van de filmproductie.
Deze bijdrage wordt vastgelegd op 0,4% vanaf 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024. Vanaf 1 januari 2025 wordt de bijdrage vastgelegd op 0,2%.