Je kunt niet zijn wat je niet ziet

(c) Johannes Plenio

Er waait een nieuwe wind door de Vlaamse film- en ­televisiewereld. Dat merkte ik op de Dag van het Film­beroep tijdens FilmFest Gent, waar ik dit jaar moderator was. Women In Film, Television & Media Belgium vierde zijn lancering met een keynote speech van professor in mediastudies Sofie Van Bauwel over de ­ondervertegenwoordiging van vrouwen in de sector. Slechts 16 procent van de regisseurs in Vlaanderen zijn vrouwen, dat ligt onder het Europese gemiddelde van 21 procent. Onze noorderburen doen het beter met 40 procent. Ook in andere functies, ­zoals cinematograaf en scenarist, zijn vrouwen flink ondervertegenwoordigd, hoewel er geen sprake is van een grote genderkloof in de filmscholen. De redenen daarvoor gaan van zelftwijfel bij vrouwelijke makers tot de moeilijke combinatie met het ouderschap. Bij mannelijke makers speelt dat minder een rol.

De helft van de vrouwen in de cultuur- en mediasector heeft ook al eens grensoverschrijdend gedrag ­ervaren (*), daarover getuigden de actrices Anemone Valcke en Marijke ­Pinoy onlangs nog voor de campagne ‘Kijk niet weg’. Voorts sprak Van Bauwel over the ­celluloid ceiling, waarbij vrouwen moeilijk doorstromen naar topfuncties, net daar waar de belangrijke beslissingen genomen worden.

In de audiovisuele sector gaat het vaak niet over what you know, but who you know, verklaarde ze. Dat bleek onlangs nog uit het VRT-rapport van Audit Vlaanderen, dat aantoonde dat aanbestedingsprocedures niet gevolgd werden en samenwerkingen tot stand kwamen door vriendjespolitiek. Wie zich afvroeg hoe het komt dat we de voorbije tien jaar dezelfde gezichten op televisie zagen, krijgt daar een deel van het antwoord. Een kleine groep mannen besliste voor een groot deel hoe onze televisiecultuur eruitzag, met wie de kijker sympathiseerde en met welke grappen hij lachte. En misschien ­belangrijker: wie slechts een bijrol verdiende of helemaal geen schermtijd kreeg.

Fictie kan herkenning opwekken en je uitdagen je blik te verruimen

Jozefien Daelemans

Volgens de nieuwe ceo, Frederik Delaplace, is die tijd voorbij en komt er weer transparantie en integriteit in het huis van vertrouwen. De drang naar een andere aanpak in de sector voelde ik ook in de panelgesprekken met Wanda, een collectief van vrouwelijke regisseurs, en Represent, een initiatief dat ijvert voor meer cultu­rele diversiteit en mensen van kleur.

Ik sprak met regisseurs, actrices en producers die de vragen uit het publiek beantwoordden met nuance en inzicht. Bijvoorbeeld hoe witte makers gelaagde personages van kleur kunnen neerzetten. En leidt de strijd voor diversiteit niet tot dwingende quota en een rem op creativiteit? Verschillende perspectieven ­creëren net meer rijkdom, niet minder, klonk het antwoord.

Het succes van Netflix is daarvan een prima voorbeeld. De streamingdienst zet ­bewust in op nieuwe makers en spreekt doelgroepen aan die voorheen te weinig aan bod kwamen. Die aanpak heeft geleid tot een uitbarsting van creativiteit, van aangrijpende fictiereeksen tot spraak­makende documentaires. Het succes van films en series als When they see us en Call me by your name toont dat er een grote groep mensen bestaat die hunkert naar verhalen waarin ze zichzelf herkennen. Ook economisch kun je ­diversiteit bekijken als een opportuniteit. Films die slagen voor de Bechdeltest naar vrouwenrollen, doen het bijvoorbeeld beter aan de kassa dan films die daar niet in slagen.

De verhalen die we te zien krijgen, zijn ontzettend belangrijk, omdat ze mee bepalen hoe we naar de wereld kijken en naar elkaar. Fictie kan herkenning opwekken en je uitdagen je blik te verruimen. Schrijver Rebecca Solnit stelt in haar boek De moeder aller vragen dat de zin van fictie is dat je de gelegenheid krijgt om je sekse te overstijgen, om te ervaren hoe het is om iemand anders te zijn. Ik weet vrij goed wat mannen denken en voelen, wat ze sexy en grappig ­vinden, omdat ik veel verhalen zag, ­gemaakt door mannen over mannen. Ik leerde de wereld, en mezelf, bekijken door mannenogen.

Omgekeerd is dat inlevingsver­mogen nog niet altijd even aanwezig, merk ik. Hetzelfde geldt voor witte mensen die kampen met blinde vlekken in huidskleur omdat ze opgegroeid zijn met een witte canon. Solnit stelt dat de verhalen van vrouwen vertellen, een impact kan hebben op de manier waarop de samenleving vrouwen behandelt. Verander vrouwen hier gerust door eender welke ondervertegenwoordigde groep. Fictie kan een antwoord bieden aan een samenleving die zoekende is, of die zoektocht net heel treffend in beeld brengen.

De Spaanse regisseur Neus Ballús opperde dat makers niet alleen hoeven te vertellen over de wereld zoals die vandaag is. Ze kunnen ook een wereld verbeelden waar de rollen ­anders liggen. Dat zette me aan het denken. Hoe zou onze televisie­cultuur eruitzien, mochten de kansen die je krijgt niet afhangen van de telefoonnummers in je gsm, je gender of je huidskleur, maar van je ­talent of de meerwaarde van je verhaal?

Het Vlaams Audiovisueel Fonds sloot de dag af met de mededeling dat de genderbalans in de ingediende en goedgekeurde dossiers elk jaar een stuk evenwichtiger wordt. Misschien komt die langverwachte verandering in de sector wel sneller dan we denken. Ik kan niet wachten.

(*) In de mediasensor-enquête van mediarte gaf slechts 3% van de ondervraagden aan dergelijk ongepast gedrag te ervaren. 

Deze column verscheen eerder in De Standaard.

Lees meer van Jozefien Daelemans

Jozefien is mediamaker & schrijver. Ze schrijft columns voor De Standaard, maakt strips voor Nieuwsblad Magazine en kruipt soms een podium op voor een debat of lezing over beeldvorming in de media of gendergelijkheid.


Ook interessant voor jou