Skip to main content

Grensoverschrijdend gedrag op het werk

Grensoverschrijdend gedrag

Ook grensoverschrijdend gedrag is -naast stress en burn-out gerelateerde problemen- deel van de psychosociale risico’s op het werk. Dat maakte de mediastorm rond #metoo in het najaar van 2017 eens te meer duidelijk.

Maar wanneer is er precies sprake van grensoverschrijdend gedrag en welke procedures bestaan er als je hiermee te maken krijgt?

Bedoeld of niet

Grensoverschrijdend gedrag op het werk (OGGW) kan gaan over geweld of pesterijen, maar ook over ongewenst seksueel gedrag. En hoewel OGGW in sommige gevallen duidelijk kan worden vastgesteld, hangt het altijd ook af van de persoonlijke ervaring van diegene die ermee te maken krijgt. Zo vormt ongewenst seksueel gedrag het geheel van ongewenst verbaal, non-verbaal of lichamelijk gedrag met een seksuele connotatie dat de werkomgeving en het psychologisch evenwicht aantast. Of het zo bedoeld is of niet.

Meer info over alle psychosociale risico’s?

Wie is wie?

Interne preventieadviseur

Iedere werkgever is verplicht om een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk op te richten en heeft minimum één interne preventieadviseur (IPA). In kleine organisaties met minder dan 20 werknemers kan dit de werkgever zelf zijn. De preventieadviseur helpt de werkgever om de welzijnswet toe te passen en betreft deze domeinen:

  • arbeidsveiligheid
  • bedrijfshygiëne
  • ergonomie
  • arbeidsgeneeskunde
  • psycho-sociale risico's

Externe preventieadviseur

Omdat het moeilijk is om alle deskundigheid in eigen huis te hebben en wegens de onverenigbaarheid van verschillende domeinen, kunnen bedrijven ook gebruik maken van een externe preventieadviseur via een externe preventiedienst.

Meer info over preventieadviseurs?

Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk

Wanneer een bedrijf meer dan 50 werknemers heeft, zijn zij ook verplicht om een Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) te hebben. Dit paritair overlegorgaan bestaat uit vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers.

Bij welke personen kun je terecht?

Risico’s of problemen kunnen worden aangekaart bij een leidinggevende, arbeidsgeneesheer, lid van het CPBW of soms ook een vakbondsafgevaardigde. Verder zijn er verschillende specifieke procedures.

Preventieadviseur Psychosociale risico’s (PAPSY)

Iedere werkgever moet een Preventieadviseur Psychosociale risico’s hebben die deel uitmaakt van de interne of externe dienst voor preventie en die adviesbevoegdheid heeft naar de werkgever én de werknemers. Een interne PAPSY mag geen deel uitmaken van het (hiërarchisch) leidinggevend personeel of de vakbondsafvaardiging.

Meer info over preventieadviseurs psychosociale risico’s vind je hier.

Vertrouwenspersoon (VP)

Hoewel een werkgever niet verplicht is om een vertrouwenspersoon aan te duiden zijn hier meerdere goede redenen voor. Zo is een medewerker bekend met de organisatie en kan zij of hij snel tot actie overgaan en vaak escalatie voorkomen.

Sinds 1 september 2014 moet een nieuwe VP binnen de twee jaar na aanstelling een opleiding van vijf dagen volgen en een jaarlijkse intervisiesessie. De vertrouwenspersoon mag geen (hogere) leidinggevende zijn én geen vakbondsafgevaardigde.

Externe partij

In sommige gevallen wordt best beroep gedaan op een externe partij. Bijvoorbeeld wanneer de feiten zeer ernstig zijn, er geen vertrouwen is in de aanspreekpunten binnen de organisatie of interne procedures geen resultaat kenden.

Mogelijke externe partijen zijn:

  • 1712: voor een anoniem gesprek voor slachtoffers of getuigen van geweld

  • Een zorgcentrum na seksueel geweld

  • Unia: meldpunt voor getuigen of slachtoffers van discriminatie

  • CAW (Centrum voor Algemeen Welzijn): gratis advies, begeleiding en juridische ondersteuning

  • Vakbonden

  • Huisartsen

Wat zijn de procedures?

Er bestaan zowel interne als externe procedures waarbij interne procedures zowel formeel als informeel kunnen verlopen. Zelfs wanneer er een externe PAPSY is betrokken, kan een procedure intern verlopen.

Interne procedures

Luister- en informatiefase

Een medewerker gaat te rade bij een VP of een interne of externe PAPSY en krijgt de nodige info over wat hij of zij kan doen om tot een oplossing te komen of te beslissen welk soort interventie hij of zij wil gebruiken.

Informele procedure

Wanneer bij de VP of PAPSY een verzoek tot informele psychosociale interventie wordt ingediend, hoeven zij niet te rapporteren aan de werkgever. Soms is de verzoeker al geholpen met een of meerdere persoonlijke gesprekken.

De verzoeker kan aan de VP/PAPSY vragen om te gaan praten met iemand anders binnen de organisatie of om een verzoeningsprocedure te starten met de andere betrokken persoon. Verder kan de verzoeker steeds beslissen om een procedure stop te zetten. Indien er geen resultaat wordt bereikt, kan een verzoek tot een formele interventie worden ingediend. Dit kan enkel via de PAPSY gebeuren.

Meer info over informele psychosociale interventie vind je hier.

Formele procedure

Bij formele procedures is er een onderscheid tussen een verzoek met een ‘hoofdzakelijk collectief karakter’ en een verzoek met een ‘hoofdzakelijk individueel karakter’.

Wanneer er sprake is van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk kan een 'verzoek tot formele psychosociale interventie voor feiten van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk' worden ingediend. Dit is een verzoek met een hoofdzakelijk individueel karakter met een aantal bijkomende bijzonderheden.

Bij een formele procedure worden de werkgever en de aangeklaagde schriftelijk op de hoogte gebracht. De PAPSY onderzoekt de situatie waarbij mensen worden bevraagd. De bevraagden kunnen hierbij anoniem blijven. De verzoeker en directe getuigen zijn tijdens deze fase beschermd tegen represailles. Daarna formuleert de PAPSY een advies aan de werkgever. Die is niet verplicht om dit advies te volgen, maar wel om maatregelen te nemen.

Wanneer de werknemer in gevaar is, de aangeklaagde de werkgever of leidinggevende is of wanneer er sprake is van discriminatie gelden er een aantal bijkomende bijzonderheden. Medewerkers kunnen direct kiezen voor de formele weg.

Meer info over formele psychosociale interventie vind je hier.

Werken met derden

Indien een werknemer slachtoffer is van derden moet hij of zij een verklaring kunnen laten opnemen in het register van feiten van derden van de organisatie. Dit register wordt bijgehouden door de VP, de PAPSY of de externe dienst. De werkgever moet ook zorgen voor passende psychologische begeleiding.

Meer info over werken met derden vind je hier.

Externe procedure

Wanneer het slachtoffer de dader of de werkgever strafrechtelijk wenst te vervolgen, maakt hij of zij gebruik van de strafrechtelijke procedure. Indien het slachtoffer een schadevergoeding wenst, volgt een burgerlijke procedure. Verder kan de werknemer gebruik maken van de administratieve procedure wanneer hij een administratieve rechtshandeling wil aanvechten.

De dader van de onrechtmatige gedragingen kan disciplinair worden bestraft binnen de organisatie.

Grensoverschrijdend gedrag in de sector

Kleine organisaties, zoals er een heel aantal zijn in de AV-sector, hebben niet altijd een vertrouwenspersoon aangesteld en de drempel om naar een externe PAPSY te stappen kan hoog liggen. Ook voor de vele tijdelijke werkkrachten of zelfstandigen is de situatie vaak ingewikkelder. Wanneer iemand niet meer in dienst of zelfstandige is, kan een aanknopingspunt voor een gepaste procedure die van ‘werken met derden’ zijn. Verder hangt het verloop ook af van de goodwill van de betrokken partijen. Een externe procedure is altijd mogelijk, maar niet altijd even opportuun. Voor ondersteuning kan eveneens beroep worden gedaan op verschillende externe diensten.

Werken in de media betekent ook dat de grens tussen werk en privé niet altijd even duidelijk is. Niettemin hanteert mediarte als sectorfonds een nultolerantie voor grensoverschrijdend gedrag. Samen met andere sectoren en op vraag van de Minister van Cultuur onderzoeken wij momenteel welke verdere acties zinvol zijn.

Info en links

Contactgegevens van de vertrouwenspersoon en de interne of externe preventieadviseur psychosociale risico’s moeten vermeld staan in het arbeidsreglement én op een makkelijk toegankelijke plaats, zoals het intranet. Ook voor tijdelijke medewerkers moet deze info worden voorzien.

Voor gedetailleerde procedures en bijkomende info kun je terecht op de websites van:

Voor vragen kan je ook terecht bij:

Heb je nog andere vragen of opmerkingen? Stuur ons een mail.

Het thema grensoverschrijdend gedrag past binnen de aanpak van psychosociale risico’s. Meer lezen?

Opleidingen kunnen medewerkers en leidinggevenden ondersteunen om beter om te gaan met psychosociale risico’s op het werk. Ons aanbod bekijken?


Ook interessant voor jou