Welke competenties zijn van belang in de Stop Motion-wereld ?

Het doek is gevallen over een fel gewaardeerde editie van het Anima-festival, na tien dagen non-stop screenings, signeersessies en intens applaus, maar eveneens tien dagen van interessante uitwisselingen tussen de verschillende professionals uit de animatiesector. mediarte.be maakte van de gelegenheid gebruik om een producent en een regisseur, beiden actief in de animatiefilm-industrie, aan de tand te voelen. Wat zijn de professionele eisen van de sector? Hoe wordt samengewerkt aan een animatiefilm-productie? Welke individuele bijscholing is vereist om aan de verwachtingen van de producenten te voldoen?


Opmerkelijk producent en alom gewaardeerd in de Belgische en Franse animatie-kortfilm scène, Arnaud Demuynck (La Boîte, ... Productions) blaast projecten leven in die hij technisch volwassen genoeg vindt. Door steeds op zoek naar nieuwigheden op artistiek en technisch vlak. Deze professional bezit de bijzondere gave om zich bijna uitsluitend te richten op korte en middellange animatiefilms en dit gedurende de afgelopen 20 jaar. Arnaud Demuynck co-produceerde recent een langspeler (“Une vie de chat”), die hoogstwaarschijnlijk niet zijn laatste zal zijn.

 

Als jonge beloftvolle regisseur koos Olivier Pesch resoluut voor de ‘Stop-Motion’-wereld, na een algemene artistieke opleiding te hebben genoten in Parijs. 

Hij heeft twee kortfilms op zijn naam staan: “Le Gardien du Nid” (2006) en “Emilie” (2013).

 

 

Anima-Festival, een essentiële ontmoetingsplaats?

Arnaud Demuynck:  Afwisselend werk ik als filmmaker, schrijver en producer van animatiefilms, van kort- tot middellange films. Elk jaar zak ik opnieuw af naar het Anima-festival om de nieuwste producties te ontdekken, en vooral om te bekijken wat het talent van eigen bodem, komende uit Belgische scholen zoals La Cambre en anderen, hebben afgeleverd. Het festival biedt eveneens de kans om collega’s te ontmoeten, mijn eigen producties voor te stellen (dit jaar de romantische trilogie “Les Fenêtres“) en te netwerken. Dit jaar is er ook één van de films die ik geproduceerd heb (“Betty’s Blues” van Rémi Vandenitte, red.) in de officiële competitie opgenomen (deze heeft ondertussen de RTBF-prijs binnengehaald, red.). De poppetjes uit mijn poëtische trilogie (zie supra) zijn uitgestald voor het grote publiek en er is zelfs een conferentie gewijd aan de creatie/making-off van deze figuurtjes.

Olivier Pesch : Ik ben een rasechte regisseur. Mijn tweede korte film genaamd “Emilie“ is in de officiele competitie 'jong publiek' opgenomen tijdens het Anima-festival, en dat is de hoofdreden waarom ik vandaag aanwezig ben.

 

Hoe trekken jullie de juiste mensen en/of profielen aan bij aanvang van een animatiefilm-productie ?

A.D.: Als producent/scenarist kan ik het mij veroorloven om verhaallijnen te schrijven in functie van waar ik zin in heb, zonder enige verplichting. Aangezien ik noch tekenaar, noch ontwerper ben, ga ik pertinent op zoek naar verborgen talent dat mijn ideeën tot leven kan wekken en vorm geven. Zo schuim ik alle belangrijke scholen af, bekijk ik de eindejaarswerken, ga ik naar festivals, bekijk ik tal van films en uiteindelijk kruipt er (soms) enorm veel tijd in om de geschikte personen te vinden.

 

Wordt er een interne vorming voorzien opdat iedereen in het team op hetzelfde niveau staat inzake competenties?

A.D.: Om enige coherentie na te streven bij het productieproces van de film, moeten er artistieke teams samengesteld worden die beantwoorden aan de artistieke criteria die vooropgesteld worden, maar die ook overeenkomen inzake de financiële afspraken die de producer heeft opgelegd. We leiden geen specifieke personen op binnen mijn onderneming, of organiseren geen specifieke opleidingen. De mensen met wie ik samenwerk, hebben zich geleidelijk aan ‘on the field’ bijgeschoold. Ik constateer dat tijdens mijn carrière als producer, mijn medewerkers constant nieuwe vaardigheden verwerven om te voldoen aan de eisen van de markt.

 

Olivier, is dit ook de manier waarop jij je professionele ervaring hebt opgebouwd? 

O.P.: Ja, precies. Het zijn de ervaringen op de verschillende filmsets die mij uiteindelijk hebben gevormd. Ik ontmoette Daniel Wiroth (regisseur) tijdens mijn studies. Hij nam me mee naar een set en dompelde me onder in de professionele animatiefilm-sector. Via Daniel kwam ik in contact met Anne Schroeder, producer van beroep. Na het lezen van mijn verhaal, stelde ze me voor mijn eerste kortfilm te produceren. Vervolgens lagen de kansen om te werken in de sector voor het grijpen. Ik werkte als assistent-animator aan de langspeler “Max & Co”, waar de poppen werden geanimeerd in Stop Motion. Ik kon nadien ook meewerken aan het ontwerp van de rekwisieten en decors voor “Panique au Village”. Mijn werkervaring en technische bagage kwamen op korte tijd in een stroomversnelling terecht. Er is naar mijn mening geen betere leerschool om ‘stop-motion’ onder knie te krijgen, dan door mee te werken op de sets. Het onderwijs voorziet een hele waaier aan bagage maar enkel de praktijkervaring leert je de knepen van het vak.

 

Is er een nood aan de integratie van digitale technologie in jullie meer ‘artisanale’ Stop Motion - projecten?

O.P.:  Het is niet noodzakelijkerwijs een verplichting, maar eerder een keuze die je zelf maakt. Als ik over mijn eigen films spreek, wordt er van digitale technieken gebruik gemaakt tijdens de post-productie fase. Meer bepaald om sommige details te wissen, om sommige effecten als stof en wolken te simuleren, maar de opnames blijven nog steeds erg traditioneel. Het hangt allemaal af van wat je wil doen en waar je naar toe wil. Op dit ogenblik heb ik er eerlijk gezegd geen behoefte aan maar dat kan in de toekomst snel veranderen...

 

Welke vaardigheden verwacht je van je medewerkers ? 

A.D.: Wat ik persoonlijk verwacht van een professionele animator is dat hij/zij zich begeeft in een unieke en eigen leefwereld. Het is deze bijzondere eigenschap die het verschil maakt in de ogen van een producent of regisseur. Ik eis eveneens van professionele artiesten in de animatiesector dat ze een bepaalde technische bagage te bezitten. Weliswaar in hun eigen vakgebied, in hun specialisatie, maar een basis in de traditionele animatietechnieken is altijd vereist. Dat hun specialisatie over 2D, 3D of over volumes gaat, speelt voor mij geen enkele rol. 

Sommige (hoge) scholen, zoals La Cambre, bereiden de studenten goed voor vanuit een artistieke invalshoek maar veel minder op technisch vlak. Schoolverlaters zijn veel moeilijker om te integreren in de teams tijdens een productie. Om efficiënt te werk te kunnen gaan doet een producent onmiddelijk beroep op competente mensen, die bovendien niet alleen goed zijn in hun eigen vakgebied. Daarom is het van belang om je eigen stijl te ontwikkelen maar even belangrijk om deze te kunnen adapteren aan de stijl van andere collega’s in de sector. Dit blijft nog steeds een uitermate moeilijke oefening.