Tijdelijke werkkrachten

Contracten, verloning, sociale bijdragen, thema’s die mijlenver lijken te staan van de gevraagde competenties die nodig zijn voor het uitbouwen van een loopbaan in de AV-sector. En toch...

In principe zijn audiovisuele projecten van tijdelijke aard en beperkt in de tijd, evenals de professionele samenwerkingen tussen de werknemers/opdrachtnemers en diens werkgevers/opdrachtgevers. De types van tewerkstelling variëren daarboven naargelang een specifieke audiovisuele productie. Het kennen en begrijpen van de verschillende mogelijkheden van tewerkstelling zijn dan ook essentieel.

Voor prestaties m.b.t. tot min of meer kortlopende opdrachten in de audiovisuele sector zijn er verschillende types van aanwerving, ongeacht of het nu om artistieke of niet-artistieke prestaties gaat.

mediarte.be formuleert een aantal heldere antwoorden voor zowel werknemers als werkgevers, met als doel de implicaties van de verschillende types van tewerkstelling beter te begrijpen en bijgevolg te kunnen kiezen voor de meest adequate oplossing*.

De verzameling aan informatie die in deze pagina’s werd verwerkt, kwam tot stand in het kader van de campagne 'Tijdelijke werkkrachten in de AV-sector', georganiseerd door mediarte.be met de steun van de sociale partners en t–heater.

Download het volledige dossier in pdf-formaat

Welke vorm van tewerkstelling is voor mij van toepassing?

rechtstreeks Uitzendkracht derde_betaler Zelfstandige

Wat zijn de gevolgen van verschillende vormen van tewerkstelling?

 

Artistieke prestatie of niet?

De wetgever geeft geen nauwkeurige definitie van artistieke prestaties. Wel bevat de wet een ruime omschrijving met daarin een opsomming van meerdere artistieke sectoren: "De creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke oeuvres in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie." 

Wat nu precies wel en wat niet kan doorgaan voor een 'artistiek werk' of als een 'artistieke prestatie' is dus eigenlijk een feitenkwestie. In laatste instantie oordeelt de rechter daarover.

Deze vraag stelt zich echter permanent aangezien de gevolgen variëren in functie van het type van tewerkstelling, afhankelijk of het om een artistieke of niet-artistieke prestatie gaat. Deze gevolgen kunnen enerzijds minimaal zijn, maar anderzijds eveneens zeer grote implicaties met zich meedragen.

Zo wordt het gebruik van een derde betaler enkel toegestaan wanneer het om een artistieke prestatie gaat, terwijl andere types van tewerkstelling kunnen worden aangewend voor alle prestaties, ongeacht het artistieke of niet-artistieke prestaties betreft.

 

*Deze tekst tracht louter verduidelijking te brengen in het kluwen van de verschillende mogelijkheden en types van tewerkstelling. Er komen veel verwijzingen naar de officiële wetgeving voor in de tekst. Enkel de officiële wetteksten zijn doorslaggevend.