Getuigenissen


“Uitgaan van je eigen kwaliteiten”

Ab Yembe: Materiaalverantwoordelijke & Planner Multicam bij Videohouse

Als één van de weinige, niet-blanke medewerkers, binnen een groot facilitair bedrijf laten we Ab Yembe aan het woord over zijn ervaringen als ‘gekleurde‘ werknemer binnen de audiovisuele sector.

Hoe wordt er binnen de ondernemingen omgegaan met het begrip diversiteit, in de brede zin van het woord? Zijn er vooroordelen die men soms moet ondergaan? Hoe gaan collega’s hiermee om? Kan men in sommige gevallen spreken van positieve discriminatie ?  Is het moeilijk als jonge allochtoon om de eerste stappen te zetten in de sector?


Waarom heb je (bewust) gekozen om in de audiovisuele sector te gaan werken? Had je daarvoor al enige werkervaring opgedaan? Wat was je professioneel parcours tot dan?

Ab Yembe:  Via middenjury kon ik destijds mijn middelbaar diploma halen en niet veel later heb ik door middel van een IBO-opleiding (Individuele Beroepsopleiding op de werkvloer) mijn eerste stappen kunnen zetten in een professionele omgeving. Ik kon aan de slag op de technische dienst bij LMS, een hoog technologisch bedrijf uit het Leuvense gespecialiseerd in het meten van geluidstrillingen. Binnen de engineering-afdeling kreeg ik de kans om door te stoten tot projectvoorbereider en -manager voor binnenlandse en buitenlandse missies. Anderzijds was het als technieker ‘pur sang’ niet evident om door te groeien tussen de hoogopgeleide engineers en werd de drang om korter bij huis te werken (lees: dichter bij de familie te zijn) alsmaar groter. Aangezien verscheidene mensen uit mijn vriendenkring in de televisiewereld tewerkgesteld waren, had ik al een beeld van hoe het er aan toe ging in de sector. Tijdens een live captatie van een wielerwedstrijd door Videohouse, ben ik simpelweg op de mensen die de technische faciliteiten verzorgden afgestapt. Via hen kwam ik meer te weten over wat de sector, die uiteraard tot de verbeelding sprak, juist kon bieden. Niet veel later reageerde ik op een vacature van Videohouse, dat ook tot de grotere spelers op markt behoort (ik kende toen alleen Alfacam & Outside Broadcast), en de rest is geschiedenis.

Heb je omwille van je huidskleur of naam, bepaalde hindernissen ondervonden bij het solliciteren?

Ab Yembe: Op zich kan ik mij niet herinneren dat ik ooit op sollicitaties geweigerd werd op basis van mijn naam. Aangezien die heel exotisch klinkt wekt(te) dat natuurlijk de nodige vooroordelen op die er trouwens altijd zullen zijn wanneer mensen mijn naam lezen, of uitspreken. Het feit dat ik geen voorkennis had van de technische apparatuur vormde geen probleem om aangenomen te worden als magazijnbeheerder bij Videohouse. Het feit dat ik maturiteit aan de dag legde en immense gretigheid toonde om de sector (en het specifieke materiaal) te leren kennen heeft de doorslag gegeven bij de sollicitatie. Mijn verantwoordelijkheid opnemen in functie van de job die me aangeboden werd en kunnen aantonen dat ik meer was dan een ‘exotisch klinkende naam’ waren de triggers voor de personeelsdienst om me vast in dienst te nemen.

Ik heb dan ook zeer zelden enige vorm van racisme of benadeling ervaren gedurende mijn carrière. En als ik het al tegenkwam sterkte mij dit in mijn overtuiging om nog beter te presteren. Mijn naam is mij gegeven en mijn huidskleur heb ik ook niet zelf gekozen; ik kan alleen bepalen wie ik zelf ben.

Hoe verliep de integratie in het team? Neemt het meer tijd in om geaccepteerd te worden op de werkvloer omdat je naam exotischer klinkt als Janssens?

Ab Yembe: Een grote leergierigheid en een gezonde motivatie voor de dag leggen helpen de integratie binnen een ploeg, ongeacht de sector waarin je tewerkgesteld bent. Binnen de ploeg heb ik mij dan ook geen moment onzeker gevoeld. Mijn zwakte was vooral de beperkte kennis van het audiovisueel technische materiaal. Met mijn naam (die anders wordt uitgesproken dan hij geschreven is) heb je altijd wel iets om duidelijk te maken dat ik ‘Eb' (uitgesproken) ben en niet Ab. Vanaf de eerste voorstelling stelde ik me op als wie ik echt ben en verstopte ik me niet achter een, voor velen, ‘rare naam’.  Van een stereotypisering was er geen sprake.

Onbegrip en een ‘gezonde curiositeit’ ervaar je in het begin wel, zeker als je in een nieuwe omgeving terecht komt met nieuwe collega’s. Dit geldt trouwens voor iedereen die een nieuwe job begint, ongeacht de sector. Je mag dit gewoon niet als racisme ervaren als mensen je weeral dezelfde vragen stellen in veband met je naam of huidskleur. Mensen willen weten wie hun nieuwe collega is en als je bereid bent om dat in de eerste maanden, tot vervelens toe, uit de doeken te doen dan versterkt je persoonlijke integratie binnen een ploeg. Ik ben er altijd vanuit gegaan dat mensen benieuwd zijn naar mijn verhaal, en dat is ook de kracht om het ijs te breken bij een eerste contact op de werkvloer.

In het begin kreeg ik de naam ‘neger’ mee, en dat kan (begrijpelijk) door velen bestempeld worden als ‘goedkoop’ racisme. Door hierop assertief en gevat te antwoorden, kreeg ik ook het respect van de collega’s. Door bepaalde mensen op hun beurt te bestempelen als ‘lange’ of ‘ouwen dikke’ week je reacties los, een vorm van ontzetting, dat steevast positief wordt onthaald. Dat is een manier om te leren omgaan met vooroordelen en deze op een humoristische manier te doorbreken.

Wat mij persoonlijk is opgevallen in de audiovisuele sector, is dat er een zelfingenomen gevoel aanwezig is, en dit in sterk contrast met de sector waarin ik voordien werkte (high tech engineering). Het verschil in mentaliteit en de manier van werken was enorm.
Je moet ergens de ongeschreven wetten van de sector volgen, een zekere hiërarchie respecteren… en dat is wel een aanpassing wanneer je begint. Ik ervaar dit niet als racistisch of discriminerend maar eerder dat personen soms minder voor rede vatbaar zijn.

 

Heb je het gevoel dat je door allochtoon te zijn of er ‘anders‘ uit te zien, een meerwaarde kan betekenen voor je ploeg?

Ab Yembe: Neen, en dat is eigenlijk ook nooit in me opgekomen. Je ziet er effectief anders uit dan de rest maar daar moet je gewoon mee leren omgaan. De nodige zelfrelativering en ironie zijn wel noodzakelijk. Ik ben aangenomen op basis van mijn competenties en was er iemand anders in mijn plaats geweest, dan had die persoon de meerwaarde kunnen betekenen voor de ploeg. Dat is ook een sterke eigenschap van de audiovisuele sector: competenties, capaciteiten en motivatie komen consequent op de eerste plaats.

Binnen de sector moet je kunnen werken in een team, je moet je nuttig kunnen maken in functie van een opdracht, je moet flexibel ingesteld zijn, er mee kunnen omgaan dat er lange dagen moeten gewerkt worden…

De belangrijkste eigenschap is dat je binnen de ploeg op collega’s kan rekenen. Iedereen hangt af van elkaar. De persoon, naam, huidskleur en ouderdom komen pas op de tweede plaats. In de audiovisuele sector moet je sterk in je schoenen staan. Je moet weten wie je bent en welke meerwaarde je aan de ploeg kan geven.

Heb je het gevoel dat er positieve discriminatie wordt toegepast in de sector?

Totaal niet, want in de sector word je achter de schermen afgerekend op je prestaties en kwaliteiten. Diversiteitsquota zijn volgens mij niet aan de orde in de private sector.

Waarom zijn er zo weinig jonge allochtonen die doorstromen naar de audiovisuele sector?

Ab Yembe: Ik denk dat het verschil erin ligt dat de creatieve-technische-artistieke opleidingen niet genoeg gesteund worden van thuis uit. Ouders zien hun kinderen liever kiezen voor een zekerheid, een opleiding die kansen biedt op de arbeidsmarkt. De drempel ligt (onterecht) misschien te hoog om te kunnen toetreden tot de mediasector.

Je moet uitgaan van je eigen kwaliteiten, een zekere drive en toewijding uitstralen. Persoonlijk heb ik de sector ook nooit bekeken als ‘onbereikbaar’. Het gaat principieel om de attitude en mentaliteit. En mijn eigen verhaal is misschien het beste voorbeeld : ongediplomeerd, zwart en toch aan de slag kunnen gaan in een ‘artistiek-technische’ sector.

Als je een minderheidsgroep mee aan boord wil krijgen moet je henzelf in hun eigen kunnen doen geloven. Uitgaan van je eigen sterkte is de sleutel tot succes.

 

(Louis Van de Leest)