Burn-in

In tegenstelling tot overspannenheid, ontstaat burn-out pas na langdurige, overmatige stress en is het een proces van jaren. Goed nieuws is dat dit proces omkeerbaar is, echter is het herstel eveneens een langdurige kwestie. Bovendien bestaat er geen pasklare formule voor het hanteren van een burn-out.

Het herstel van een burn-out wordt ook wel burn-in genoemd, letterlijk: inbranden of inprenten. Want tijdens dat herstel is het belangrijk om nieuwe gedachten en bijbehorend gedrag te ontwikkelen. Enkel op die manier voorkom je dat je in de toekomst hervalt. Het heeft dan ook weinig effect als een psycholoog of arts je uitsluitend vertelt hoe bepaalde problemen kunt oplossen als je eigen gedrag hetzelfde blijft.

Omdat het eenvoudiger gezegd dan gedaan is om je gedrag te veranderen en nieuwe gedachten rond dezelfde problemen tijd nodig hebben om tot je onderbewuste door te dringen, vergt het dus wat oefening. En deze oefening bestaat uit het telkens opnieuw inprenten van deze nieuwe gedachten. Anders gezegd: van bewustwording.

Door de (h)erkenning van mogelijke oorzaken, andere gedachten rond mogelijke moeilijkheden met bijbehorend gedrag, leer je nieuwe vaardigheden aan. Deze kunnen je helpen om nieuwe ervaringen op te doen die positief zijn en oude, negatieve ervaringen achter je te laten.

Door burn-in ontstaan er nieuwe inzichten waardoor echte verandering mogelijk wordt. Daarbij zijn ook ruimte voor ontspanning en het ondernemen van activiteiten waar je plezier aan beleeft essentieel. Zelfs als je denkt dat je hoofd er niet naar staat. Ook wordt daarbij aangeraden je bevindingen op te schrijven. Gedeeltelijk omdat mensen na een burn-out vaak tijdelijke geheugen- en concentratieproblemen hebben, maar vooral ook om achteraf te constateren hoe ver je intussen al staat. Bovendien kan dit ook helpen om tot nog meer of betere inzichten te komen.

Uiteindelijk is het van groot belang om een nieuwe manier van hanteren aan te leren die je motiveert en die je in staat stelt om met nieuwe problemen om te gaan in de toekomst.

Bronnen: gezondheid.be

 

Met de steun van de Vlaamse Overheid & ESF