Het volledig in kaart brengen van onze sector is een fundamenteel gegeven om de noden en behoeften van de sector te kunnen erkennen. Het is op die basis dat we gericht oplossingen kunnen uitwerken om onze sector te verstevigen.
mediarte.be beschouwt het als haar plicht en missie om via de opmaak van een sectorfoto, het analyseren van de matching tussen bestaande opleidingen en de vormingsnoden in de sector én het bevragen van de vormingsbehoeften in de sector op middellange termijn werk te maken van een vormingsbeleid en begeleiding op vlak van competentiemanagement. Deze sectorfoto is een eerste en belangrijkste stap richting een (beter) competentiemanagement in de audiovisuele sector.
De sectorfoto wil in de eerste plaats een neutraal beeld bieden van de evoluties van alle data over de periode die we in beeld konden brengen via kwantitatieve analyse. Via deze data kregen we een zicht op de evoluties en gingen we op zoek naar verklaringen die rechtstreeks uit de data afgeleid konden worden. Uiteraard spelen in de bedrijfsvoering van de verschillende werkgevers in de audiovisuele sector ook heel wat omgevingselementen mee die niet zichtbaar waren binnen de scope van onze data. In functie van de verdere ontwikkeling en uitbouw van een competentiebeleid voor de audiovisuele sector is bijkomende kwalitatieve analyse noodzakelijk.
De volledige sectorfoto kan je hier downloaden.
Management Summary
In deze sectorfoto worden de belangrijkste demografische elementen van de audiovisuele sector (i.e. de werknemers van werkgevers uit PC 227) samen gebracht en bekeken in longitudinaal perspectief (2003-2010). Daarnaast worden de opleidingen, instroom & uitstroom, de permanente vorming en de diversiteit in de audiovisuele sector bekeken i.f.v de ontwikkeling van een competentiebeleid voor de audiovisuele sector. Alle gegevens werden in kaart gebracht voor Vlaanderen (i.e. het Vlaams Gewest en de werknemers op de Nederlandstalige taalrol in Brussel). Om het geheel te contextualiseren werd ook een vergelijking gemaakt met België en nevensectoren (de brede audiovisuele sector). Enkele belangrijke vaststellingen:
- Paritair comité 227 overkoepelt 77,6% van alle werknemers uit de Vlaamse audiovisuele sector buiten de openbare omroepen.
- Begin 2003 waren er 1261,8 VTE in de audiovisuele sector in Vlaanderen, eind 2010 zijn er dat al 2415. Deze verdubbeling is in belangrijke mate toe te schrijven aan ondernemingen die overstapten naar PC 227
- Binnen het opleidingsaanbod vormen de opleidingen Redactie & Journalistiek en Post-productie de hoofdmoot.
- 10% van het opleidingsaanbod is meertalig (naast het Nederlands nog minstens 1 andere taal)
- Bij de audiovisuele bachelor- en masteropleidingen zijn 57% van de studenten mannen en 43% vrouw.
- Het valt op dat de tewerkstelling in de audiovisuele sector zich vooral concentreert in Vlaanderen en Brussel. Wallonië is in het derde kwartaal van 2010 slechts goed voor 4% van het totaal aan VTE in de audiovisuele sector. Het Vlaams Gewest heeft 53% van de tewerkstelling, Brussel 43,5%. Binnen Brussel is tweederde van de werkgevers Franstalig en 1 derde Nederlandstalig
- Wanneer we kijken naar het aantal arbeidsplaatsen voor mannen en vrouwen zien we dat er in Vlaanderen er grosso modo een 60/40 verhouding is
- De overgrote meerderheid van de medewerkers in PC 227 is voltijds aangesteld. Dit geldt zowel voor de vrouwen als voor de mannen.
- Net zoals voor andere sectoren geldt ook voor de audiovisuele sector dat vrouwen meer vertegenwoordigd zijn in de categorie van de deeltijds werkenden dan mannen. Waar in de afgelopen acht jaar gemiddeld 1 op 5 vrouwen (19,7%) deeltijds werkt, is dat bij de mannen slechts 1 op 20 (5,8%).
- De audiovisuele sector is een jonge sector. In Vlaanderen bevindt in 2010 bijna 70% van de werknemers zich in de categorie tussen 25 en 39 jaar. 8% is zelfs jonger dan 25 jaar. Slechts 5% van de werknemers in de audiovisuele sector is 50+.
- De rubriek productie is goed voor 40% (n=945) van het aantal VTE, de zenders nemen 37% (n=870) voor hun rekening. Het aandeel van de facilitairen in Vlaanderen 23% (n=276,7) is groter dan het Belgisch gemiddelde (18%).
- Daar waar bij het aantal werknemers die vorming konden volgen, het percentage vrouwen ruimschoots het percentage mannen oversteeg zien we bij het aantal vormingsuren een omgekeerde verhouding. Van alle vormingsuren die aangegeven worden in de sociale balansen, gaat gemiddeld zowat 70% naar mannen en 30% naar vrouwen
- Ondanks het feit dat het aantal uren vorming in verhouding tot de totaal gepresteerde uren van de werknemers in de audiovisuele sector sterk gestegen is, de kost van deze opleidingen niet op de zelfde manier evolueerde. Vandaag zijn de opleidingskosten gelijk aan ongeveer 0,5% van de loonkosten
- In 2008 was nog 40% van de vorming die door vrouwen gevolgd werd ‘informele en minder formele educatie’ in 2009 is dit nog amper 10%. Bij de mannen was dit 50% in 2008 en is dit in 2009 nog 30%
Sectorfoto van het Vlaams Departement Werkgelegenheid en Sociale Economie (WSE)
In 2007 werkten er 2.077 Vlaamse werknemers in de audiovisuele sector wat goed is voor 0,1% van het aantal tewerkgestelden in Vlaanderen. Het betrof voornamelijk bedienden die werkzaam waren in:
Productie van films en video- en televisieprogramma’s
Activiteiten in verband met films en video- en televisieprogramma’s na de productie
Uitzenden van radioprogramma’s
Programmeren en uitzenden van televisieprogramma’s
Voornaamste kenmerken van de Vlaamse werknemers in onze sector in 2007:
60 % waren mannen,
95% was jonger dan 50,
83,4% had een leeftijd tussen de 25 en 49 jaar. Het Vlaams gemiddelde voor die
leeftijdscategorie was 69,2%,
Slechts 10,9% werkte deeltijds. Het Vlaams gemiddelde bedroeg toen 28,7%.
Bijna 65% van de jobs waren geconcentreerd in enkele grote bedrijven met meer dan 100 werknemers. Beduidend hoger dan het toenmalig Vlaams gemiddelde van 40,7%.
Ook opvallend was het grote verloop. Ten opzichte van het Vlaams gemiddelde kwamen er elk jaar veel werknemers bij (27,9%) en gingen er ook veel weer weg (17,3%). Meer dan de helft van de nieuwkomers (54,2%) kwam uit een andere sector en bijna de helft (48,2%) van zij die vertrokken, ging ook weer in een andere sector aan de slag. 11,8% van hen werd zelfstandig ondernemer, wat ruim boven het gemiddelde van 5,5% ligt.
Bekijk hier de integrale sectorfoto.